Een fascinerend rood teken. Is het een kameleon? Zijn het de stralen van de zon? Het is afgedrukt op de kaft van een bekende vertaling van de I Ching, een geschrift uit de bronstijd. De beeldentaal die erin gebruikt wordt, oefent nog altijd grote aantrekkingskracht op de al voor zich gewonnen of potentiële lezer. En dat ondanks archaïsche zinsnedes en cryptische hoofdstuktitels als De Temmende Kracht van het Grote of Het Overwicht van het Kleine.
1964 - SCHOOLBORD
Mijn kenmerkende stijl van het tekenen van de menselijke gestalte zat er al vanaf het eerste begin in. Letters moest ik nog leren. Die komen altijd pas na het beeld.
1968 - IN 80 DAGEN ROND DE WERELD
Gekregen voor mijn verjaardag of voor Sinterklaas, daar wil ik vanaf zijn. Harde kaft, vol met illustraties. Ik las en herlas het, woonde in het boek, kroop in de huid van het hoofdpersonage en zijn butler. De plot van het verhaal was fantastisch, maar de illustraties deden het, die lieten me niet meer los.
Vele jaren later las ik op de eerste bladzijde van Alice in Wonderland:
Alice was beginning to get very tired of sitting by her sister on the bank, and of having nothing to do: once or twice she had peeped into the book her sister was reading, but it had no pictures or conversations in it, ‘and what is the use of a book,’ thought Alice, ‘without pictures and conversations?’
Alice’s Adventures in Wonderland, Lewis Carol
Het kleine reisgezelschap arriveert in Shanghai en een illustratie getuigt van het straatleven aldaar, uithangborden en banieren met rode en zwarte Chinese karakters, ondoorgrondelijk en tegelijk beloftevol.
1970 - ENCYCLOPEDIE
In die jaren was een abonnement op een encyclopedie heel gebruikelijk. Iedere week viel er een nieuw deeltje, in de vorm van een tijdschrift, op de deurmat. Zodra er genoeg van waren, pasten die in een daarvoor bestemde rode verzamelband. In mijn herinnering besloeg het aanleggen van de complete encyclopedie mijn volledige jeugd. En de eerste errata en aanvullingen lieten niet lang op zich wachten. De encyclopedie holde achter de voortijlende werkelijkheid aan en zou nimmer tot voltooiing komen. Wat het genoegen van het eindeloos erin bladeren allerminst negatief beïnvloedde.
Met een schoolvriendje had ik het plan opgevat om dan maar zelf een encyclopedie samen te stellen. Naar ons idee lag er nog een overvloed aan onvertelde verhalen en vergeten avonturen op ons te wachten. We verdeelden de rollen: het onderzoek, het schrijven, de interviews, de plaatjes uitknippen, de plaatjes tekenen. Met groot enthousiasme ging ons prachtige, maar overambitieuze, project van start. Tot een uitgave is het nooit gekomen.
1974 - HET GELE TEKEN
Een stripverhaal, kon het ooit nog beter worden dan Het Gele Teken met kapitein Blake en professor Mortimer?
1976 - RECHTER TIE
In de Haagsche Courant las ik de feuilleton van Rechter Tie, de wederwaardigheden van de befaamde Chinese magistraat, geschreven door Robert van Gullit. Ik dompelde me onder in de boeken van Pearl Buck, zoals Oostenwind, Westenwind en De Goede Aarde. Er was Kuifje en De Blauwe Lotus en de verhalen over Tibet van Alexandra David-Néel. Buiten het geordende Nederland van mijn jeugd diende zich de onbekende wereld van het Verre Oosten aan.
HET RODE TEKEN - 1978
Ik was als student geografie in Amsterdam terechtgekomen. Amsterdam was een totaal andere stad dan nu. Rafelranden, hippies in Afghaanse jassen, en de Noordermarkt was een parkeerplaats. Veel van de winkels van toen zijn verdwenen, maar Kok Antiquariaat in de Oude Hoogstraat doorstond de tijd en is er nog steeds.
Als armlastige student werd ik een frequente bezoeker van de tweedehandsboekwinkel van het wonderbaarlijke soort, waar boeken jou uit lijken te kiezen in plaats van andersom. Die bewuste middag was het dat langwerpige boek - zwarte linnen kaft, een rood Chinees teken pontificaal op de voorzijde - dat ik met geen mogelijkheid kon laten liggen. Het verruilde de stoffige boekenplank voor mijn tas. Ik zou het overal met me meeslepen tot het na jaren finaal uit elkaar zou vallen. De inhoud en strekking van het boek ontgingen me voor het grootste deel. Wat te maken van De Temmende Kracht van het Grote of Het Overwicht van het Kleine?
of









