Halverwege je dagelijkse wandeling in het bos hoor je plots een vreemd blazend geluid. Dan is het stil, maar dan hoor je het nog een keer. Je kijkt om je heen om te ontdekken waar het geluid vandaan komt. Het dichte groen verhindert het zicht. Daar klinkt het weer. Waar het bos wijkt voor een enkele bomenrij langs het pad, is er vrijer zicht. En nu zie je het: het geblaas komt van de brander onder een grote gele luchtballon. Wat een ding, als een huis zo hoog! Je maakt een foto; die kun je later vanavond thuis laten zien, als bewijsstuk bij een goed verhaal.
Maar wat zie je eigenlijk op die foto? Een gele luchtballon? Of misschien toch heel veel groene planten, struiken en bomen? Ja, dat laatste is zeker waar. Op de foto is veel meer groen dan geel te zien. Eén enkele ballon versus een groot aantal planten, van een ruime variëteit aan soorten. Bovendien bevindt de ballon zich op de achtergrond van de foto en veel van de planten - zeker de twee eiken - staan op de eerste rij. Toch, als je ‘s avonds het verhaal vertelt, gaat het ongetwijfeld alleen over dat gele gevaarte. Het groen figureert slechts; het vormt het decor, het behang.
Een uur nadat je de foto nam, is de ballon opgestegen. Misschien heb je hem later in de verte zien wegzweven, hetzelfde geluid van de brander nog een paar keer gehoord, iedere keer van verder weg.
De bomen en planten daarentegen bleven staan waar ze stonden. Een uur na het opstijgen, en ook nu, dat mag je rustig aannemen, staan ze er nog steeds. Als iets niet beweegt, dan valt het blijkbaar niet op, en geeft het weinig aanleiding voor verhaal. Van alle wandelingen die je in het bos maakte, kun je die ene specifieke keer, toen je de ballon zag, memoreren. De herinnering aan de bomen en het bos echter - iedere wandeling kwam je ze tegen - is verworden tot een zachte achtergrondmuziek. Aangenaam, zeker – de nabijheid van het groen is nu eenmaal de belangrijkste reden om je wandelingen te maken – maar binnen het construct van je herinnering is het white noise.
Het niet-inrijden-bordje vangt de aandacht. Je laat deze foto aan iemand zien en je vraagt erbij: wat zie je? Twee rijen zomereiken, bramen en zevenblad, neerhangende takken, een thuis en voedsel voor talloze insecten en vogels, afwisseling tussen het licht op het open veld en de schaduw onder de bomen? Nee, het antwoord heeft ongetwijfeld alleen betrekking op het verkeersbordje. Anders dan de luchtballon op de vorige foto, verplaatst hij zich niet; hij is net zo plaatsgebonden als het groen in zijn omgeving. Dus dat maakt het verschil niet. Misschien merkt de persoon aan wie je de vraag stelde, wel op dat het bordje is vastgeschroefd op een ter plekke gevonden paaltje. Een kronkelige, afgebroken tak van een van de eiken. Maar ja, daar liggen er zoveel van in het bos, en die vallen helemaal niet op. Tenminste zolang er geen roodomrand verkeersbord aan is vastgemaakt en rechtop in de grond is gestoken.
Het fenomeen dat de plantenwereld niet goed in ons bewustzijn lijkt door te dringen, wordt ‘plantblindheid’ genoemd. Voor onze verre voorouders, die in de wilde natuur woonden, was het groen niet bedreigend. In ieder geval niet in die mate als veel van de dieren die ze in het bos tegen het lijf konden lopen. Groen bijt niet, springt niet uit een hinderlaag en achtervolgt niet. Groen vormde de neutraliteit van de beschutting en dat doet het voor ons nog steeds. Groen dringt zich niet op, zoals al het rode dat pleegt te doen. De rode rand om het niet-inrijden-bord en de rood geblokte spoorwegovergang met rode waarschuwingslichten op de foto hieronder springen naar voren en houden je geest bezig.
Leven vraagt om uitwisseling van zuurstof en kooldioxide. Dat fenomeen vind je terug bij zowel dier als plant en beide mechanismen zijn aan elkaar complementair. Wat de ene geeft, neemt de ander. Wat de een uitademt, ademt de ander met volle teugen in. Hemoglobine en chlorofyl, centraal in de zuurstof-kooldioxidecarrousel van respectievelijk dieren en planten, hoewel heel verschillend in werking, hebben een vergelijkbare chemische structuur. De eerste is gebouwd rond een kern van ijzer, de ander rond een van magnesium. Aan de een ontlenen dieren hun rode karakteristiek, de ander maakt planten groen.
Sometimes I go browsing through a very old magazine. I found this observation test about the story of the ark. And the artist that drew this observation test did some errors, had some mistakes -- there are more or less 12 mistakes. Some of them are very easy. There is a funnel, an aerial part, a lamp and clockwork key on the ark. Some of them are about the animals, the number. But there is a much more fundamental mistake in the overall story of the ark that’s not reported here. And this problem is: where are the plants? So now we have God that is going to submerge Earth permanently or at least for a very long period, and no one is taking care of plants. Noah needed to take two of every kind of bird, of every kind of animal, of every kind of creature that moves, but no mention about plants. Why? In another part of the same story, all the living creatures are just the living creatures that came out from the ark, so birds, livestock and wild animals. Plants are not living creatures -- this is the point. That is a point that is not coming out from the Bible, but it’s something that really accompanied humanity.
The Roots of Plant Intelligence - Stefano Mancuso
Het gras groeit tussen de tegels door. 1. Er liggen nu eenmaal tegels en grind 2. Het gras groeit er hinderlijk tussendoor. Chronologisch ligt dat echter toch anders. 1. Oorspronkelijk was er heel veel gras en paardenbloemen, er waren weilanden, grote grasvlaktes, en langer geleden veenmoeras 2. Daar is op een goede dag voor het eerst één enkele tegel opgelegd, en geleidelijk steeds meer, totdat het hele landschap bedekt was met tegels, grind en asfalt. Nu is daar nog maar een piepklein stukje van zichtbaar. Een klein stukje van dat oorspronkelijke landschap. Een enkele graspol en een paardenbloem als laatste vertegenwoordigers. Dat is wat je ziet op de foto hierboven.








