Oefen je biceps en na een tijdje kun je trots met je spierballen pronken. Fiets iedere dag een stuk tegen de wind in - of schaf een hometrainer aan - en al gauw zal de omvang van je dijbenen flink toegenomen zijn. What you get is what you see. De uitvoering van dergelijke gerichte fysieke activiteiten is alleen mogelijk wanneer er connectie met de betreffende spier of spieren gemaakt kan worden. Triviaal, hoor ik je zeggen.
Een baanbrekend moment voor mijn begrip van lichamelijkheid vond plaats tijdens een treinreis tussen Haarlem en Leiden. Door het raam naar buiten kijkend, werd ik, waarschijnlijk door een verandering van de lichtinval, onverwacht gewaar van mijn gezicht, in het glas weerspiegeld. Opeens begreep ik de locatie, en daarmee de werking, van de spiertjes die het mogelijk maken om mijn oren te bewegen. Het was me voorheen, ondanks ontelbare pogingen, nooit gelukt om deze ook maar de kleinste beweging mee te geven. Ik had me er de facto bij neergelegd dat dit niet binnen mijn fysieke mogelijkheden lag. De benodigde spieren waren zeker rudimentair, evolutionair overbodig en verdwenen. Maar nu bleek dat deze wel degelijk fysiek aanwezig waren; enkel hun gebruik was in de vergetelheid geraakt.
Spieren die zichtbaar en aanraakbaar zijn, kunnen doorgaans met relatief gemak door het bewustzijn belicht worden, en daarmee naar wens geactiveerd of ontspannen. Door spieren aan het werk te zetten, geven ze sensorische feedback; ze worden warm en na een tijdje moe en wellicht ervaar je de volgende dag spierpijn. Al die sensaties brengen de spier of spieren nog duidelijker in beeld, wat hun gebruik verder ontsluit.
Niet alleen in sportbeoefening, maar ook in sportonderwijs en anatomiestudie zijn invoelbaarheid, zichtbaarheid en aanraakbaarheid van spieren en andere lichaamsdelen bepalende factoren. Lichaamsbewustzijn is echter niet gelijkmatig over het lichaam verdeeld. Dit heeft biologische, culturele en sociale gronden en is specifiek bij ieder individu. Het hoofd wordt meestal veel beter gekend dan de voeten. De voorzijde van het lichaam is vaak bekender terrein dan de achterkant. En wat aan de oppervlakte ligt, laat zich doorgaans makkelijker vatten dan het diepere.



Het Chinese karakter 胯 ‘kua’ kan worden vertaald met ‘heup’, maar ook met ‘kruis’ of ‘lies’. We ervaren de heup, in al zijn complexiteit, aan de buitenzijde van het lichaam. Misschien is het correcter om te zeggen dat de ‘functie van de heup’ zich aan de buitenzijde bevindt, en in die zin aanraakbaar en zichtbaar is. De heup is verreweg het grootste van de gewrichten van het menselijk lichaam. Het markeert de overgang tussen de romp en de benen, en zijn stabiliteit en bewegelijkheid zijn cruciaal voor het totaal van onze gezondheid. Er lijkt niet al te veel misverstand te zijn over zijn ‘hoe’, ‘wat’ en ‘waar’.
Hoe anders ligt dit bij ‘kruis’ en ‘lies’? Zij hebben niets van de massieve concreetheid van de ‘heup’. Ze lijken eerder negatieve ruimte te duiden – vouwen in plaats van uitstulpingen. Eerder het ontbreken van anatomische massa dan de aanwezigheid ervan. Lies, kruis en perineum zijn daarom minder makkelijk te duiden binnen anatomie- en sportonderwijs. Tel daarbij op hun associatie met kwetsbaarheid, schaamte en seksualiteit, en het is duidelijk dat ze daarin geen prominente plaats innemen.
Binnen chi kung en de interne martiale kunsten speelt de ‘kua’, in de betekenis van lies, kruis, perineum en ‘open, negatieve ruimte’, een cruciale rol. Wil de zwaartekracht binnen een staande houding vrijuit de grond bereiken, dan moet deze de ‘kua’ passeren. Zo niet, dan wordt het lichaam topzwaar en zal aarding ontberen. Dit geldt evenzeer voor de recht naar boven gerichte reactiekracht: wanneer die in de ‘kua’ te veel weerstand ondervindt, dan mist er lichtheid en ruimte in het lichaam.
Is het lichaam in beweging, dan speelt de ‘kua’ een vergelijkbare rol voor de naar beneden gerichte afzet en de naar boven gerichte sprong.


Het ‘openen en sluiten van de kua’ is een essentieel onderwerp van onderzoek en cultivatie van iedere chi kung- en tai chi-beoefenaar. Hoe beter dit beheerst wordt, des te meer beweegt het lichaam als één.






Zie de ‘kua’ niet geïsoleerd van de rest van het lichaam, en zelfs niet los van de omgeving.
De voeten zetten af tegen de grond, waarna de opgewekte krachten opeenvolgende lichaamsonderdelen passeren: beginnend bij de bal van de grote teen, dan de mediale voetboog, de talus, de binnenenkel, het mediale scheenbeen, het mediale bovenbeen, de ‘kua’ en verder door torso en bovenlichaam. De bron van de naar boven gerichte kracht en beweging ligt bij de bal van de grote teen, die door drie belangrijke energetische punten omringd wordt: 湧泉 ‘yong chuan’, 太沖 ‘tai chong’ en 太白 ‘tai bai’.
Deze drie punten liggen ieder op een geleidingsbaan die een specifiek traject van kracht en beweging weergeeft. Analoog aan hoe een rivierbedding de loop van het water bepaalt. Deze drie banen bevinden zich aan de binnenzijde van de benen en geleiden de door de grond gereflecteerde krachten. Twee redenen waarom ze aangeduid worden als ‘yin-meridianen’.

Beginnend bij de beoefening van de wu chi-houding en verder in die van alle basale en toegepaste zhan zhuang-houdingen, wordt speciale aandacht gegeven aan de aarding van het lichaam via de bal van de grote teen. De uitlijning van de grote teen, de ruimte tussen de grote teen en de tweede teen, de horizontale spreiding van de tenen, de juiste drukverdeling tussen hiel en voorvoet zijn daarin allemaal van belang. Diezelfde aarding zet zich door in alle shi li- en zhou bu-bewegingen.
Vanaf ‘yong chuan’, ‘tai chong’ en ‘tai bai’ verlopen de krachten volgens de drie min of meer parallelle geleidingsbanen over onder- en bovenbeen en convergeren in het perineum. Heel specifiek, in 會陰 ‘hui yin’, het centrale punt van het perineum. De naam betekent ‘yin convergentie’ of ‘yin samenkomst’.
confluence(n.) early 15c., ‘a flowing together, especially of two or more streams,’ from Late Latin confluentia, from Latin confluentem (nominative confluens), present participle of confluere ‘to flow together,’ from assimilated form of com ‘with, together’. etymonline.com Koblenz, town in Germany at the confluence of the Rhine and the Mosel, derived from the Roman name Confluentes.
Een tweede samenkomst van de drie yin-meridianen is te vinden in het midden van de lies: 氣沖 ‘chi chong’. ‘Chi’ 氣 betekent ‘energie’, hetzelfde karakter als in 氣功 ‘chi kung’. ‘Chong’ 沖 wordt in het Engels vertaald als ‘flush’. Dus: ‘chi chong’, ‘flushing chi’, ‘het doorstromen van energie'‘. Zoals een afgedamde rivier zijn weg door een open sluis vindt. Zoals het water versnelt als de rivier door een canyon wordt geperst. En ja, zoals het doorspoelen van een wc en regenwater dat bij een hoosbui door een standpijp dendert.

Het buigen en strekken van de heup van een lichaam dat zweeft, is nutteloos. Het zal niet leiden tot een sprong of een andere beweging in de ruimte. Het openen en sluiten van de ‘kua’ heeft alleen betekenis in samenhang met de aarding van de voet. De ‘kua’ en de dynamiek rond de bal van de grote teen zijn beide onderdeel van één energetisch fenomeen.

‘Tai chong’, vertaald als ‘greater flushing‘, bevindt zich tussen de middenvoetsbeentjes van de grote teen en de tweede teen, midden in de adductor hallucis-spier. Deze spier brengt de grote teen dichter bij de tweede teen. Bij chronische spanning in de adductor van de grote teen, samen met te smal schoeisel, ontstaat een hallux valgus. De aarding van de voet is dan in belangrijke mate verstoord.


De antagonist van de adductor hallucis is de abductor hallucis-spier. Deze ligt aan de mediale zijde van de grote teen en in zijn verloop bevindt zich ‘tai bai’. De adductor hallucis kan de grote teen naar binnen doen bewegen, weg van de tweede teen. De balans tussen ’tai chong’ en ‘tai bai’, met andere woorden tussen de adductor en de abductor hallucis, is mede bepalend voor de uitlijning van de grote teen en daarmee voor het natuurlijk functioneren van de ‘kua’.








