De I Ching zoals wij die nu kennen, opent met de verhandeling over initiëren en creatief vermogen. Uitgebeeld door zes ononderbroken lijnen, het summum van scheppende kracht, lijkt dit de meest voor de hand liggende keuze als onderwerp voor het aanvangshoofdstuk.
In de Chinese oudheid waren er naast de Zhouyi - de oorspronkelijke naam van de I Chi - nog twee vergelijkbare werken: de Lianshan en de Guicang. Beide boeken hebben de tand des tijds niet overleefd.
De Lianshan wordt beschouwd als geschreven in de Xia (2100-1766 BC), de oudste van de drie archaïsche Chinese dynastieën. De Guicang zou dateren uit de Shang (1766-1047 BC), die op de Xia volgde. En de Zhouyi werd bijeengebracht, je raadt het al, in de Zhou (1047-256 BC), in chonologie de derde in de rij van Chinese dynastieën.


Terwijl de Zhou I een aanvang neemt met het hoofdstuk Initiëren (gevolgd door hoofdstuk 2. Respons), werd in de samenstelling van de andere twee boeken een ander pad bewandeld. De Lianshan, vertaald als ‘verbonden bergen’ opent met het equivalent van Hoofdstuk 52. Gen, Het Stilhouden. En de Guicang met het equivalent van Hoofdstuk 2. Kun, Respons (of Aarde).
Lianshan was supposed to have begun with the present Hexagram 52. Since Hexagram 52 is made up of the Mountain trigram repeated above itself, this was probably an attempt to explain the name Lianshan (‘linked mountains’). Guicang (‘return and keep’) was similarly said to have belonged to Shang and to have begun with the present Hexagram 2. This also looks like an explanation of the book’s name, because Hexagram 2 consists of the Earth trigram doubled and the earth is where everything from seed to corpses returns and is kept. If these explanations are correct, both books must have been named after the hexagrams began to be analysed into constituent trigrams, late in Zhou times.
The Book of Changes, A Bronze Age Document - Richard Rutt
Een allereerste begin als een berg. Hoe zal ik dit begrijpen? Een opeenhoping van aarde en steen? Een verzameling? Een spaarrekening? Maar dan ook een accumulatie van ideeën. Volle graansilo’s. Een uitpuilende hooiberg, genoeg om het vee de winter door te laten komen. En een gevulde oorlogskas, dan wel een bibliotheek vol kennis en wijsheid. Een crowdfundingactie. Een backup van vriendschappen en wederzijds vertrouwen. Allemaal juist, en zeker ook een stuwmeer. En een goedgevulde voorraadkast. En niet te vergeten een dagelijks moment van meditatie en introspectie. Een hogedrukgebied, als bakermat van de wind. Het hooggebergte, als oorsprong van een rivier. Een bergketen, liangshan, 連山.
Na de prelude van hoofdstuk 1 en 2 - de beschrijvingen van de archetypische Hemel en Aarde, Initiëren en Respons, Ruimte en Tijd, of je dat ook maar zou willen invullen - komt de Zhouyi, en daarmee ook de huidige I Ching-vertalingen, in het derde hoofdstuk pas goed op stoom. Het beeld van hoofdstuk 3. Begin bestaat uit de combinatie van een berg en stromend water: een wilde bergbeek. Dus ook hier verschijnt het beeld van een berg als onmisbaar ingrediënt voor scheppingsdynamiek.
Maar goed en wel, waar vind ik zo gauw een berg in het Sallandse platteland? De andere zeven trigramen duiken in vele gedaantes op, maar hier, rondom Zwolle en Dalfsen, een berg? De tijd van de hooibergen is sinds lang voorbij, dus moet ik de berg dan maar zien in gedaante van de ronde, in plastic gewikkelde hooibalen? Of aIs de massa bakstenen van de plaatselijke kerk? Een berg In de vorm van een volle aanhanger tijdens de aardappeloogst? Of de berg in hoedanigheid van de dorpsbibliotheek. Als container voor gebruikt glas of papier? Of vertegenwoordigd door de unieke historische accumulatie van zoveel voedsel in iedere lokale AH? Of de stuwwallen van de Vecht? Niet veel hoger dan enkele meters. Maar in dit vlakke land mag dat ook al doorgaan als een berg. En naar die riverduinen genoemd: op een steenworp hier vandaan ligt de havezate Den Berg, residentie van de baronnen Van Dedum.


Aan het begin van de Papenalle, op het terrein van Den Berg, ligt een kleine berg. Bescheiden van omvang, maar bestaand uit massieve steen. Wanneer je me zou vergezellen op mijn ochtendwandeling - die gewoonte heb ik onlangs weer op kunnen pakken, zou je hem meteen zien liggen. Als vreemde eend in de bijt, als eenzame kei in een heuvelloos landschap. Zandstenen zoals deze kwamen in vorige eeuwen op schepen de Vecht afgezakt, vanaf de groeven rond Bentheim in Münsterland naar de steden van de Republiek. Er werden daar statige huizen van gebouwd, in Zwolle en ook in Amsterdam. Het stadhuis op de Dam, sinds de eerste koning is het het Paleis op de Dam, en deze eenzame steen zijn dus naaste verwanten.


Maar waarom helemaal naar Amsterdam of Bentheim uitwijken om daar de ultieme berg te vinden? Die kan veel dichterbij gevonden worden. Wat denken van een huis, jouw huis, mijn huis, een huis als Het Stilhouden, een stabiele constructie van een massa stenen? Daar waar het innerlijke en intieme leven geleefd kan worden.
Het koudere winterweer en mijn verminderde mobiliteit stonden in de laatste maanden een dagelijks ommetje of fietstocht (wat is het equivalent van een ommetje als het de fiets betreft?) in de weg. En wat doe je dan wanneer je de beeldentaal van het Boek van Verandering niet meer in de buitenwereld kunt exploreren? Dan zet je de ontdekkingstocht binnenshuis voort. En dan ontdek je een oude antieke boerenkast als representant van de Berg-familie
Een berg, een kasteel, een huis en de kast. Zou er een etymologisch verband liggen tussen berg en berging? En tussen kast en kasteel?




Een kast waar je in kunt wonen. Een kast die indertijd gemaakt werd om al je bezit in op te bergen. Ik bespaar je om de deuren en laden te openen, maar ga ervan uit dat er een enorme hoeveelheid spullen in deze kast past. Hij stond al in het huis toen we dit huurden en paste met geen mogelijkheid door de deur. Om hem ergens tijdelijk op te slaan. Ergens uit het zicht. In het pre-Ikea-tijdperk konden ze dus ook al geweldig lelijke meubels maken. Maar goed, hij is gewoon op zijn plek blijven staan en ik ben zowaar op dit buitenformaat bergmeubel gesteld geraakt. Mooi is ie nog steeds niet, maar hij staat als een huis. Als een berg.
In het Palthehof-museum in Nieuw-Leussen, waar de traditionele Sallandse boereninterieurs worden tentoongesteld, liep ik laatst een exact eender exemplaar tegen het lijf. Dat gaf troost, te weten dat ik iedere dag tegen een museaal stuk aankijk.
of







