voor Didi
Voor de Japanner, die zo van een Kurosawa-set leek te zijn gekomen, kwam het aanbod als een donderslag bij heldere hemel. Want hoe lang was hij al niet van huis? Hij at iedere dag wat de pot schafte en dat leek meestal in niets op de verfijnde eettraditie van zijn jeugd. Zijn gedachten dwaalden meer dan eens af naar zijn ouderlijk huis, in de heuvels rond Minabe. Hij was ongetwijfeld een geboren reiziger en altijd voorbereid op het onverwachte. Maar deze geste had zelfs hij niet kunnen voorzien.
Stel: je wordt gevraagd om een schijfje citroen in je mond te nemen en het intense zuur aandachtig op je in te laten werken. Voordat je dat gaat doen, voordat je smaakpapillen de besturing in handen krijgen van je gezichtsmimiek, heb je de citroen al goed in beeld gebracht. De dikke, bobbelige schil. De vele schakeringen van geel, glans en dof. Het houtige restant van het takje dat het eens verbond met de boom. De ovale vorm, met de knolvormige uiteinden. De radiale verdeling in compartimenten, zichtbaar wanneer de citroen wordt gehalveerd. Druppels sap die een voor een in de hete thee vallen en zich sierlijk kronkelend daarin oplossen. De minuscule spetters, vonkjes olie uit de brekende schil. Citroen bij de vis. In een taart. Citroen in een waterkaraf. In ontelbare vergeten smaak- en geurherinneringen.
Pas dan, na deze mentale voorbereiding, neem je het schijfje in je mond. Het zuur is ook deze keer enorm zuur. Alle voorgaande ervaringen met citroen worden herbevestigd. En juist dat betekent dat die heerlijke schok ontbreekt. De schok van iets voor de allereerste keer ervaren. Deze wordt nu getemperd door het ontbreken van het onverwachte. En getemd doordat je na die eerste keer een onbewust besluit nam, dat voor het vervolg van je leven ‘citroen’ bekend terrein zou zijn, waaraan alles al is ontdekt.
Desondanks zoemt onder de alledaagse citroen-ervaring nog wel degelijk de herinnering aan de eerste keer. De ‘cietroen’ van de beginnersgeest (‘cietroen’ in plaats van ‘citroen‘, dat smaakt al gelijk heel anders).
Ja, die eerste keer! Onvergetelijk! Zo bijzonder! En zou het niet fantastisch zijn, de eerstvolgende keer dat je weer eens zo’n geel schijfje in je mond stopt, dit opnieuw te doen in de geest van de absolute beginner? Zonder enige verwachting, en met de durf je wederom te laten overweldigen door de explosie van zuur?
Is het terugvinden van de intensiteit van de beginner het hoogst haalbare? Is dat een eindpunt en niet verder te overtreffen? Nee, de volumeknop van de verrassing kan wel degelijk nog iets naar rechts worden gedraaid. Het gaat als volgt.
Je denkt dat je zojuist een heerlijke, zoete sinaasappel gepeld hebt. Echter, het betreft hier een verraderlijke citroenachtige citrusvariant. Met een schil die sprekend op die van een sinaasappel lijkt. Een kumquat waarvan de schil zegt: ‘ik ben rijp en zoet’, terwijl de heftig zure binnenzijde zich niets van die oppervlakkige pretentie aantrekt. Een wolf in schaapskleren dus. Vervolgens neem je een hapje van de kleine bedrieger en de enorme schok van de tegengestelde verwachtingen doet zijn werk.
Citroenen zijn een ingeburgerd fenomeen. Niemand kijkt ervan op. Tenminste in onze contreien en in ons huidige tijdsgewricht. Dat is natuurlijk niet altijd zo geweest. Verre van dat. Er zijn tijden en locaties geweest waarin de citroen geen deel uitmaakte van zowel het persoonlijk als het collectief bewustzijn. Niemand kende hem. Zelfs een passende naam ontbrak.
Stel dat de unieke situatie zich voordeed dat er een citroen in je leven verscheen. Voordat je het vreemde ding in contact zou brengen met de intimiteit van je mond, zou je alle tijd nemen om het met een mix van nieuwsgierigheid en wantrouwen te bestuderen. Je zou het van alle kanten bekijken. Je zou er eens aan ruiken en er eens in knijpen. Tenslotte zou je er een ieniemienie stukje van de schil afbijten (mwahh, bitter!) en dan een likje van het sappige binnenste tot je privédomeinen toelaten (aahhh. zúúúr!)
De sensatie van een argeloze buitenlander die voor het eerst – zonder enige uitleg of voorbereiding – een Hollands dubbelzout-dropje aangeboden krijgt en het plompverloren in zijn mond steekt. Ha ha, altijd leuk om dan de groeiende verbijstering en verwarring te zien!


Citroenen, kumquats en dropjes veroorzaken de nodige smaaksensatie en smaakverwarring. Maar dat alles valt in het niets bij de situatie waarin een niet-Japanner een ‘umeboshi’ krijgt aangeboden. En die - weet hij veel! - hem zonder aarzelen, in zijn geheel, in zijn mond stopt.
Laten we voor dit specifieke geval alle drie verrassingsfactoren nog even doornemen.
Citroen is heel zuur. Umeboshi is de overtreffende trap van zuur.
Een umeboshi ziet eruit als gewelde, gedroogde abrikoos. Hier komt dus het fenomeen van de tegengestelde verwachtingen om de hoek kijken. Denk aan de ultra zure kumquat en het dubbelzoute dropje. What you see ain’t what you get!
Ga ook nog eens terug naar de openingsfoto bovenaan deze tekst en stel jezelf de vragen: Wat is wat? Wat is de umeboshi? Wat is de abrikoos? Omdat we net op dit moment dit alles aan het bespreken zijn, ben je mentaal scherp en zie je zonder twijfel direct wie wie is. Maar ja, bekijk jij je eten altijd met zoveel aandacht en nauwkeurigheid? De zure pruim wordt in de gauwigheid gemakkelijk foutief voor abrikoos aangezien. Met alle gevolgen van dien.
Umboshi? Uit Japan? Je had er nog nooit van gehoord. Wist jij veel? Hij is niet alleen extreem zuur, maar ook nog eens heel erg zout. Een heuse exotische smaak-hinderlaag! Een klap in je gezicht zul je bedoelen.

Terug naar het verhaal.
We zagen de Japanner van verre aankomen. Zittend op de rand van een rots, keken we uit over het pad dat we eerder deze dag zelf ook met veel moeite hadden belopen. IJle lucht, winter, schemering. We waren op onze tocht door de Nepalese bergen tot 4500 meter gestegen. Morgen heel vroeg eruit, om vier uur, om de laatste 1000 meter naar de Thorong La-pas te beklimmen.
Het is halverwege de tachtiger jaren. Kathmandu was een magneet voor neo-hippies. Dat vonden wij tenminste, als neutrale toeschouwers. Maar als ik nu naar de summiere foto’s kijk die nog van die reis getuigen, hadden we toentertijd duidelijk twee hippies over het hoofd gezien. Zo gaat dat.



Iets bewoog in het woeste berglandschap. Een klein figuurtje, dat onze kant op leek te komen. Soms verdween het voor een eventjes, om dan een stukje dichterbij, rond een heuveltje of een grote rots, weer te verschijnen. Zelfs van die grote afstand was het duidelijk dat het geen Nepalese drager was. Die zeulen in de regel enorme lasten aan een band aan hun voorhoofd. Deze reiziger liep echter snel en droeg duidelijk alleen lichte bepakking.
Pas toen hij ons tot een honderdtal meters was genaderd, zagen we zijn Aziatische trekken. Inderdaad geen taaie Nepali, maar een getaande Japanner. Mager, zongebruind gezicht, rimpels aan de buitenste ooghoeken, het stof van de weg in de vervaalde kleding. Hij leek zo weggelopen te zijn uit een Kurosawa-set, waar hij de rol van een eeuwige reizende rohin had gespeeld.
Konbanwa! Goedenavond! En waar hij nog zo laat vandaan kwam lopen? Helemaal alleen? Oh, uit Japan. Zoveel jaar al onderweg? En morgen in alle vroegte ook over de pas? Ja, ze hebben hier zeker nog wel een slaapplek. Er zijn in dit jaargetijde maar weinig reizigers. Nog niets gegeten? Ja, er zal nog dal bhat en misschien wat tarkari zijn, en zeker ook doorgekookte thee.
En daar schoot me wat te binnen. We hadden in onze bagage een klein potje met umeboshi’s. Altijd goed om bij je te hebben als je buik het aan de stok krijgt met onbekend eten en niet al te schoon water. Zal ik hem er een aanbieden? Of is dat raar? Wie offreert er nu uit beleefdheid aan een onbekende een umeboshi? Nou, vooruit, toch maar doen. Potje tevoorschijn gehaald, deksel eraf, en met uitgestrekte arm, als het ware een chique doosje met bonbons, vriendelijk aanbieden. You want one?
え?! 梅干し!?
(uit het Japans vertaald: WÁÁT?! UMEBOSHI!?)
De toon waarmee hij mijn geste beantwoordde, deed een directe afstamming uit een samurai-geslacht vermoeden. De doorgewinterde Japanse reiziger was duidelijk voorbereid op alles. Behalve dan om in deze contreien een umeboshi aangeboden te krijgen. Dat had hij niet zien aankomen.
Van al het Japanse eten dat hij al veel jaren had ontbeerd, of waar hij af en toe slappe imitaties van was tegengekomen. En van al zijn Japanse soulfood stond umeboshi misschien wel op de eerste plaats.
Bestaat er een passend woord voor een dergelijke omgekeerde cultuurschok? Ik zal binnenkort de Dictionary of Obscure Sorrows er eens op naslaan. Of kent een van jullie daar de juiste uitdrukking voor?
Later heb ik mezelf voorgesteld dat hij misschien wel uit Minabe afkomstig was. Minabe, omringd door ume-boomgaarden, bakermat van de umboshi-traditie. Waar het wrange fruit samen met zout en rode shiso-bladeren na een lange fermentatietijd transformeert tot de wonderbaarlijke umeboshi’s,
En me ook voorgesteld dat hij nu, een goede veertig jaar later, aan zijn kleinkinderen vertelt over opa’s reisavonturen:
… toen ik nog jong was … en hoe ik, aan de voet van de Thorong La, door een paar …, ja, waar kwamen ze ook alweer vandaan? … nou ja, het waren een soort Europese hippies … ik had ze al van verre op een rotsblok zien zitten …maar wel een erg aardig soort hippies .l. we praten wat, en weet je wat ze me toen gaven? … jullie raden het nooit! … een umeboshi! … ja, jullie horen het goed, een umeboshi! … ik heb later wel eens gedacht, misschien kwam die umeboshi wel hier vandaan, misschien kwam die wel uit ons Minabe? … ja, dat boden die twee me aan, nota bene op het dak van de wereld ... en je kan er zeker van zijn, het was de lekkerste umeboshi die ik ooit in mijn leven at! …
Tot zover de voormalige Japanse reiziger.
En dan nog even terug naar mij.
Nooit daarvoor en nooit daarna heb ik iemand ontmoet bij wie het in de mond stoppen van een hele umeboshi een gelukzaliger uitdrukking op het gezicht veroorzaakte. Geen spoortje van zure, samentrekkende mimiek. Alleen maar een zoete, weemoedige glimlach.
Hoofdstuk 22. Het Opwindende. De Schok. Het Onverwachte. Twee identieke trigrammen: Donder boven Donder. Abrikoos verwachten, umeboshi krijgen.
Je voorbereiden op al het onverwachte is niet alleen razend moeilijk te verwezenlijken; het is soms zelfs ongewenst. Niet in al het onverwachte schuilt gevaar. De waarheid ligt zoals altijd in het midden. Een inzicht dat op zijn beurt niet als een echte verrassing komt.
*
En wil je meer weten over de umeboshi en de opleving van het leeggelopen Japanse platteland, kijk dan zeker naar deze video.





