Op de plaats achter het huis is geen plek onbetegeld gelaten. Hoe klein was de kans dat de wind een paardenbloemzaadje precies op een voeg tussen twee tegels deed belanden? Vorig jaar gebeurde dat. In de smalle tussenruimte: een bescheiden paardenbloemrozet en later twee bloemen op dunne stelen, en nog later witte pluizenbollen. In de winter leek het plantje verdwenen. Gevallen bladeren, sneeuw en vorst. En nu in februari, is hij terug van weggeweest.
Vervolg van dag 5.
Wat was er nu eenmaal voor nodig dat de voorspoed afkalfde en het licht bijna ongemerkt verdween?
Niets is voor eeuwig; ook een diepe duisternis is niet blijvend. In welke lijn daagt de verandering nu? De dobbelsteen antwoordt: drie.
De derde lijn verandert van yang in yin.
Donder onder Aarde. Vanuit de aardse duisternis - vijf yin-lijnen - dringt zich iets onweerstaanbaar naar boven. Lees ook:


De paardenbloem verdween natuurlijk niet; hij trok zich terug en verzamelde zijn kracht diep in zijn wortels. Om in het allervroegste voorjaar weer naar boven te verlangen. Hoe diep gaan de wortels? Wanneer je een paardenbloem, of enige andere plant, een stukje uitgraaft en hem dan met kracht de grond uit probeert te trekken, zal hij altijd breken. Om het hele wortelgestel te leren kennen, inclusief alle haarworteltjes, zul je naast de plant een diepe sleuf dienen te graven.

Een sleuf van tweeënhalve meter diep?
Botanist John Weaver (1884-1966) developed a laborious, painstaking technique for exposing and drawing a network of prairie roots in situ--a labor that must have suited his own precise personality for he conducted his field research wearing a three piece suit and a green eyeshade, like some accountant who had lost his way in the country. He drew the roots in great detail, documenting them at depths of up to fifteen feet from the ground surface.
Wordt morgen vervolgd …







