Ieder jaar in de vakantietijd zakken veel van ons af naar het zuiden. En in andere jaargetijden, in tegengestelde richting, gaat er dan weer niets boven Groningen. Sinds wanneer zijn we eigenlijk gaan praten over het Hoge Noorden en het Diepe Zuiden? En wat is het verband met het Verre Oosten en het Wilde Westen?
Trouwens, hierboven zie je voor de eerste keer een plaatje, zo een waar de 8>1000-posts steevast mee beginnen, dat niet in het goede oude Dalfsen is gemaakt. Het is een hard gelag geweest, de Sallandse wereld van groene weiden en eiken achter te moeten laten. Een ontworteling in slow motion. Het goede nieuws is dat er na een paar weken in Portugal al het begin van nieuwe worteltjes te zien is.

Meer over die stek, van een moerbeiboom, in een volgende post.
Nu ik in dat diepe zuiden woon, wat is een passend vervolg voor het schrijven, een logisch nieuw onderwerp om, vanuit hier, vanuit Europa’s zuiden, te belichten? Het noorden soms? Boa ideia, vamos a isso!
Op een van de kleine pleinen van Nazaré is een levensgroot mozaïek van een kompas in de bestrating verwerkt. Te zien aan de plaatsing van de beginletters van de vier windrichtingen vormt het noorden de bovenzijde van het kompas. Dat geheel in lijn met de maatschappelijke consensus dat de toppositie nu eenmaal de plaats is die het noorden rechtmatig toekomt.

Hedendaagse landkaarten zijn in grote meerderheid op het noorden georiënteerd: de bovenrand van de kaart wijst in die richting.
Hè, hoe zit dat? hoor ik je denken. Oriënt, was dat niet juist de aanduiding van het oosten?
Goed gedacht: ‘oriëntatie op het noorden’ is een contradictio in terminis. Zo’n kaart zou tegelijkertijd op het noorden èn op het oosten zijn uitgelijnd. Dat kan natuurlijk niet.
De eerste kaarten, tenminste in Europa, werden getekend ‘naar het oosten schouwend’, Naar waar de zon opkomt, in de richting van Jeruzalem of naar waar eens het Hof van Eden moet hebben gelegen.

Ook toen later kaarten naar believen naar west, noord of zuid werden gericht, bleef de aanduiding ‘oriëntatie’ gehandhaafd.



Een op het zuiden georiènteerde kaart van Europa, en twee kaarten van Nederland respectievelijk op het oosten en op westen georiènteerd.
De in etymologisch opzicht meest tegenstrijdige oriëntatie is die op het noorden, gezien de betekenis van ‘nakara’, waar ‘noord’ van afstamt, en dat in het Sanskriet ‘onderwereld’ betekent. Het verwante Griekse ‘nérteros’ duidt ‘dieper’ en ‘lager’ aan. Redenen te over om de noordpijl naar beneden te laten wijzen, zou je zeggen.
etymologiebank.nl
In de Ba Gua, in bepaald opzicht ook een aanduider van windrichtingen, is het noorden (ja hoor, het zijn weer eens die slimme Chinezen) aan de onderzijde geplaatst. Dat is de locatie van Water, een van de acht trigrammen. Schreef Lao Zi niet dat water altijd de laagste plek zoekt? Water werd ‘het onpeilbare’ genoemd, want licht kan niet in zijn diepte doordringen. De onderzijde van de Ba Gua kleurt zoals je ziet, hier dan ook donker-blauw of zwart.

Voorname associaties zijn er met schaduw, met de achterzijde, met een rug. Kijkend naar de zon, naar het zuiden, is het waterkoude noorden immers aan je rugzijde.


Béi 北, noord. Links: in modern schrift. Rechts: in jinwen of ‘bronsschrift’ dat in de tijd van de Zhou-dynastie in gebruik was. Twee mensen die met hun ruggen tegen elkaar zitten, de achterzijde, het noorden. Bijvoorbeeld als in 北京 Bei Jing, noordelijke (hoofd)stad.

Het beeld van hoofdstuk 29. Donker bestaat uit een verdubbeling van het Water-trigram. Deze schetsen het beeld van een afgrond, een kuil, een ravijn, een graf, een waterput, een kelder, een greppel, iets onpeilbaars, angst inboezemend en waar tegelijkertijd de ultieme verbinding en vrijheid te vinden zijn.
The Living I Ching - Deng Ming-Dao
Terug naar de foto van het mozaïek van de kompasroos op het Sousa Oliveira-plein in Nazaré. Het is verre van de enige in zijn soort. Neem het mozaïek van een kompas in São Jorge op de Azoren.

Of de kolossaal grote windroos in Belem, vlak bij Lissabon.

De vier cardinale richtingen van het kompas wijzen waar je heen zou kunnen gaan, weg van hier. De belofte van het verre onbekende lijkt alle aandacht op te eisen. De mens is nu eenmaal extreem nieuwsgierig naar wat er dáár is, daar achter de horizon, noordelijk, westelijk, oostelijk of zuidelijk. En dan wordt gemakkelijk de centrale plek, die tussen de vier hoofdrichtingen in ligt, vergeten. Wanneer je nergens naartoe gaat, ben je óók ergens. Vier plus een maakt vijf: vijf elementen, vijf fasen, vijf bewegingen, 五行. Vier richtingen brengen je naar ‘daar’. De vijfde ‘richting’ van het kompas is ‘hier’.

Een bijzonder en tevens afwijkend inzicht over niet-bewegen vind je terug op de Nei Jing Tu, ‘De Kaart van het Innerlijk Landschap’. Ongeveer in het midden ervan zie je een jongen, een ossenhoeder. Zijn hand houdt iets ongewoons beet: het sterrenbeeld van de Grote Beer. Dit bevindt zich direct naast de poolster, die in het verlengde van de aardas staat. Terwijl door de draaiing van de aarde alle sterren, planeten en de maan een cirkelvormige baan aan het firmament beschrijven, staat Polaris stil. De jongen en de Grote Beer verbeelden de as waarom ons leven draait, de naaf van het Grote Wiel.

earthsky.org

En als laatste, een wel heel bijzondere illustratie van sterrensporen van de hand van de Japanse wetenschapper en schilder Tsuneo Iwasaki. De sporen bestaan uit de filigraan gepenseelde tekst van de Hart Sutra. ‘Vorm is leegte, leegte is vorm.’

Iwasaki Tsuneo (1917-2002) was a Japanese scientist, teacher, and painter. He developed a practice that embeds calligraphy of the Buddhist Heart Sutra into visual compositions, often drawing on his scientific background.
While I was wondering if there was a better way to do this, I came up with the idea of drawing a scene that would fit the teaching and then integrating a copy of the sutra as inconspicuously as possible, so that the calligraphy and painting would become one. I realized that doing so would make the painting come alive and shine.
Anyone at any time can look at paintings in a relaxed manner and be moved by them. When viewed closely, sutras, Buddhas, and teachings will appear in the shadows, offering a fresh perspective. I believe that if I create works like this, people will be able to come into contact with the teachings of the Buddha without any resistance, without knowing it, in an easygoing way, and with peace of mind, so I have worked hard to research and produce tiny-character sutra copying and Buddha image copying.
My purpose for doing tiny character sutra copying paintings is for you to see the teachings of the Buddha, to see the Buddha, and I am deeply grateful to dwell in the heart of the sutra. Also, contemporary people who have lost themselves in busy-ness and whose hearts are dissolute, I pray they feel the same succor and compassion when they look at these paintings.
Iwasaki Tsuneo

